Na de Reformatie werden de kerkgebouwen van de twee Enkhuizer parochies, t.w. de St. Gummarus parochie (Wester kerk) en de St. Pancratius parochie (Zuider kerk) overgenomen door de aanhangers van de "nieuwe leer". Zij moesten noodgedwongen onderduiken en gebruikten daarvoor zgn. schuilkerken.
Door een conflict met het bestuur van de Rooms-Katholieke Kerk in Rome is de (later zo genoemde) Oud-Katholieke Kerk in 1723 ontstaan.
Het huidge interieur van de parochiekerk aan de Breedstraat is afkomstig uit twee katholieke (schuil-)kerken in de stad. Eén kerk stond op het Venedie op de plek waar nu de Doopsgezinde Kerk staat en de andere is die op de Breedstraat.
Hoewel het kerkgebouw van de Oud-Katholieke Kerk van recente (1908) oorsprong is, heeft de plek waar deze kerk staat wel een historische betekenis. Het kerkgebouw is de derde kerk sinds 1633, toen daar een katholieke schuilkerk werd gesticht in een verbouwd pakhuis.
De schuilkerk werd in 1870 vervangen door een nieuw gebouwde kerk (in ‘waterstaatstijl’), maar dit kerkgebouw moest wegens bouwkundige mankementen en verzakkinge, binnen 36 jaar (in 1908) alweer plaats maken voor een nieuwe kerk, het huidige kerkgebouw.
Bijzonder is echter het interieur dat vele elementen bevat die afkomstig zijn uit de 17e en 18e eeuwse kerkgebouwen, o.a. een zeldzame rijk gebeeldhouwde communiebank.
Reeds in 1572 verklaarde Enkhuizen zich voor de Prins. Consequentie was dat de beide parochiekerken werden toegewezen aan de aanhangers van ’de nieuwe leer’.
Nu nog leest men op een balk in het gewelf van de St Gommarus – of Westerkerk:
”Int laer vijftienhondert tseventigh twee is door Jehovae crachtige hant ’t Pausdom verstooten uit dese stee, de ware relygie daerin geplant”.


