In de zeventiende eeuw was Enkhuizen een van de welvarendste steden van Nederland. Als lid van de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) won de stad, samen met Hoorn, aan macht en invloed. Enkhuizen had in die tijd zelfs meer inwoners dan vandaag de dag.
Geen enkele stad telt zoveel rijksmonumneten op loopafstand van elkaar. Wanneer je door Enkhuizen loopt waan je jezelf even terug in de tijd. De erfenis van de Gouden eeuw is op elke hoekzichtbaar.
DeDrommedaris. De toegangspoort en verdedigingstoren bij de haven, met een carillon van de gebroeders Hemony.
HetStadhuis. Een fraai voorbeeld van Hollands classicisme, gebouwd vlak na de grootste bloeiperiode in de Gouden Eeuw.
DeWesterkerk. Een van de honderd fraaiste monumenten van ons land, bekend om zijn rijkversierde koorhek (1547), het schitterende orgel (oorsprong 1549) en de stijlvolle preekstoel (1566) en een bijzondere bibliotheek (De Librije).
DeZuiderkerk, waarvan de bouw in 1484 grotendeels was voltooid. Daarin zijn1300 vierkante meter aan plafondschilderingenaangebracht.
Detoren van de Zuiderkerk, waarvan de onderbouw in 1458 was voltooid met een carillon van de gebroeders Hemony.
DeWaag. In dit renaissancegebouw werden allerlei goederen gewogen, en het deed vanaf 1636 deed dienst als vergaderruimte en collegezaal (metChirurgijnskamer).
DeKoepoort. Toegangspoort aan de westzijde van de stad voor het landverkeer.
Het Zuiderzeemuseum. Gevestigd in het z.g.n.Peperhuismet de grootste verzameling houten schepen uit heel Nederland. Aangrenzend een "buiten museum" waar vele woningen en gebouwen uit de steden aan de Zuiderzee zijn overgebracht.
Klik hier voor een gedigitaliseerde versie van de plafondschilderingen

Vanaf 1636 was op de verdieping de chirurgijnskamer gevestigd, tevens vergaderruimte en collegezaal voor het chirurgijnsgilde. In de gebrandschilderde ramen van deze kamer zijn de namen in de wapens aangebracht van de chirurgijns en doctoren die tussen 1639 en 1654 in Enkhuizen werkzaam waren.
Chirurgijnskamer In de gebrandschilderde ramen van deze kamer zijn de namen en wapens aangebracht van de chirurgijns en doctoren die tussen 1639 en 1654 in Enkhuizen werkzaam waren. De sfeer van geleerdheid, door dit soort elementen opgeroepen, wordt nog versterkt door de eikenhouten katheder, die tegen een van de wanden aan staat. Een deur naast die katheder geeft toegang tot het zweethok, een kamertje van 2 bij 2,5 meter waar examenkandidaten hun ondervraging zouden hebben afgewacht.
De houten wanden zijn hier deels versierd met pilasters en schijndeurtjes en deels beschilderd met arabesken, vogels en tulpen.

Aan de zijkant van de Drommedaris hangen twee ankers aan de muur (zie de afbeelding). Volgens een legende zouden deze zijn buitgemaakt op de Geldersen bij een mislukte aanslag op Enkhuizen in 1537 (tijdens de Gelderse oorlogen. De Enkhuizers kregen de vijf Gelderse schepen, die 's nachts voor anker lagen, in de gaten en verjoegen hen, waarbij de Geldersen de ankerlijnen moesten kappen. De ankers zijn vervolgens opgevist en als zegetekenen aan de Engelse Toren (ook wel Oost-Indische Toren genoemd) gehangen. Deze toren werd echter in 1829 gesloopt, waarna de ankers samen met de gedenksteen zijn verplaatst naar de Drommedaris.
De bovenste inscriptie op de gedenksteen is een jaardicjht (chronogram), en luidt
enChVsaM InsIdIIs taCItIs sVb noCte sILentI obrVere adnIXa est geLrICa perfIdIa
De Romeinse Cijfers hierin (waarbij de D niet wordt gebruikt) vormen opgeteld het jaartal van de overval, 1537. Een vrije vertaling op rijm hiervan is:
De Geldersche ontrouw zocht Enkhuizens strijdb're wallen
Bij nacht met hare list van buiten te overvallen
Bron: Wikipedia

'Noch wierdt hier de nieuwe Wage oen de vismarckt gestelt', vermeldt de Enkhuizer kroniek over het jaar 1557. De gevelsteen met het jaartal 1559 geeft aan dat het gebouw twee jaar later was voltooid. Het uiterlijk van de Waag is van een allure die past bij een trotse stad in opkomst.
Het gebouw is opgetrokken op een rechthoekige plattegrond met enige afwijking van de noordgevel. Het opgaand werk bestaat uit baksteen. Met zijn rijke versiering is het monument een van de voorbeelden van de vroege renaissance in de noordelijke Nederlanden. Frontons, voluten, natuurstenen blokken en diverse wapenschilden tooien de noord- en oostgevel, de twee gevels die vanaf de
straat zichtbaar zijn. Op de gootlijst beelden vijf figuren de Gerechtigheid, de Hoop, het Geloof, de Liefde en de Kracht uit. Het niet gelede vlak van de lange gevel wordt verlevendigd door de onregelmatige plaatsing van de vensters die grotendeels uit de 17de eeuw dateren.
Alleen de door natuurstenen lateien gedekte vensters van de weegruimte zijn oorspronkelijk, evenals waarschijnlijk de plaatsing van de vensters van het weegmeesterskantoortje links, die later van houten kruiskozijnen voorzien zijn. De gelijksoortige vensters op de verdieping zullen in 1636 zijn aangebracht, uit welke periode ook het gekoppeld deur- en vensterkozijn van de weeghal dateert. De oorspronkelijke indeling van het bovendeel van de gevel die wellicht met de rythmering van de borstwering door middel van uitgegronde pilasters op kopjes en vrijstaande beelden erboven samenhing, is door de plaatsing van deze vensters verstoord.
De gevelsteen met opschrift 1559 werd tussen twee van deze kozijnen ingeklemd.
De korte gevel heeft in de 17de eeuw eveneens belangrijke wijzigingen ondergaan door het aanbrengen van de hoge deurkozijnen en een houten kruiskozijn in het midden op de verdieping. De deurkozijnen zijn blijkbaar destijds verhoogd om het uitrijden van de weegjukken mogelijk te maken, hetgeen door middel van een boven de balklaag aangebracht mechaniek bewerkstelligd werd; de laatste moerbalk van de eerste balklaag moest daartoe worden verwijderd. In de geveltoppen die door een fronton met fijn gebeeldhouwd fries bekroond worden, valt het motief van de vér uitspringende gebeeldhouwde koppen in een ruitvormig veld op als een karakteristiek voor de vroeg-Renaissance stijl.
Het rechthoekige gebouw telt twee verdiepingen, een zolder en een kelder. De weeghal bevindt zich op de begane grond. Hier werden de goederen gewogen door de weegmeesters die kantoor hielden in de aangrenzende, onderkelderde opkamer. Dit vertrek is ook rechtstreeks van buiten te bereiken via een stoep met drie treden. Het kantoortje werd samen met de rest van het gebouw in 1910 gerestaureerd en vervolgens ingericht tot museumzaal. Bij deze restauratie werd tegen de kopse zuidgevel een schouw geplaatst. In de zuidwesthoek van de ruimte bevindt zich een eiken spiltrap die zowel de verdieping als de zolder ontsluit.
De Waag in Enkhuizen was uiteraard bedoeld om goederen te wegen, maar in 1636 besloot het stadsbestuur de bovenverdieping te verhuren aan het gilde van doctoren en chirurgijns. Het gilde liet hun ruimte fraai verbouwen en liet vol trots boven de lessenaar de woorden “Honora medicum propter necessitatem” aanbrengen (Eert de medicus om zijn onmisbaarheid).
Het was geen toeval dat het gilde deze ruimte tot zijn beschikking kreeg. In 1636 woedde er namelijk een pestepidemie in Enkhuizen, ongeveer 14 procent van de inwoners stierf. Het stadsbestuur wilde de kwaliteit van de medische stand bevorderen om de epidemie beter te kunnen bestrijden en eiste daarom dat de chirurgijns een examen moesten afleggen bij twee doctoren (academisch opgeleide artsen) voor ze aan het werk mochten. De Chirurgijnskamer zou gebruikt worden om die examens af nemen en het toezicht op de gildeleden makkelijker maken.
Auteur: Jorien Kant
De Drom - 6 jan 2022
Het gebouw is neergezet als verdedigingswerk bij de ingang van de Oude Haven, en bevond zich oorspronkelijk op de de Westfriese omringdijk. deze liep vanuit het noorden via de Breedstraat verder langs de Zuiderdijk. Het stuk dijk vlak bij de Drommedaris is later afgegraven voor de aanleg van de Buitenhaven. De geschutskelder en de ruimte op de begane grond dateren uit 1540 en waren het oorspronkelijke bouwwerk. De beide ruimtes bevatten kanonsgaten langs de wanden in nissen waar kanonnen stonden die de havens konden bestrijken. De bovenste ruimte heeft een ribgewelf. Boven het gebouw op het dak stond een bouwsel met daarin gevangeniscellen die nog steeds op de eerste etage in het huidige gebouw zijn terug te vinden. Boven de poort is een cel voor ter dood veroordeelden waar in het eikenhouten beschot jaartallen en soms gedichten zijn gekerfd. Buiten boven de ingang van deze poort was in witte steen het wapen van de Keizer uitgehouwen met eronder de tekst: "Salig is de Stad en hoog gepresen, die peist om oorlog in tijdt van vrede." In een houten klokkenstoel op het dak hing een luidklokje om het sluiten van de poort aan te kondigen.
Na de tachtigjarige oorlog werd het gebouw verhoogd tot de vorm die we nu kennen. Deze bouw duurde van 1649-1657. In de loop der eeuwen was het gebouw in gebruik als opslag van buskruit, gevangenis, wachtkazerne, accijnskantoor, spinnerij/weverij, als telegraafkantoor (onder de poort) en ook de eerste tentoonstelling van het Zuiderzeemuseum vond plaats in het gebouw in de zomer van 1949.
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd bij een bombardement op de naastgelegen scheepswerf het gebouw ernstig beschadigd. Vooral de poort aan de stadszijde zat vol granaatinslagen.
Bron: Wikipedia
Dit in 1688 gebouwde stadhuis verving een raadhuis uit 1450. De bouwmeester was Steven Jacobsz Vennecool (1660-1719) uit Amsterdam, die de opdracht kreeg op de uitzonderlijk jonge leeftijd van 29 jaar. Dit stadhuis wordt beschouwd als zijn meesterwerk.
De bouwstijl is het Hollands Classicisme. Het gebouw is vierkant van vorm, de voorgevel is bekleed met natuursteen. Op de voorgevel een aantal ornamenten, w.o. een tekst die herinnert aan de verkrijging van stadsrechten in 1356. O
p de gevel ook een gedicht van Vondel, refererend aan de strijd tegen de Duinkerker kapers, waarbij in 1622 het kanon werd veroverd, getoond vóór het stadhuis.
Het balkon voor de burgemeesterskamer is later toegevoegd. Boven het balkon een cartouche met de tekst "Candide et Constanter", dat staat voor Eerlijk en Standvastig.
Daarboven, voor het elegante torentje met luidklok, is het stadswapen afgebeeld. De symmetrie van voor-, achter- en zijgevels is prachtig.